Symptomen van koudemiddeltekort

Een koelinstallatie werkt met een vaste hoeveelheid koudemiddel. Die hoeveelheid is bij het ontwerp en de inbedrijfstelling precies afgestemd op de installatie. Zolang het circuit dicht is, raakt het koudemiddel niet op en hoeft er niets bijgevuld te worden. Ontstaat er toch een tekort, dan merkt u dat vaak pas wanneer de koeling achteruitgaat. Toch geeft een installatie meestal al veel eerder signalen af. In dit artikel leest u welke symptomen wijzen op een koudemiddeltekort, hoe een monteur dit vaststelt en waarom snel handelen belangrijk is.

Wat is een koudemiddeltekort?

Er is sprake van een koudemiddeltekort wanneer er minder koudemiddel in het circuit zit dan waarvoor de installatie is ontworpen. De verdamper krijgt dan te weinig vloeibaar koudemiddel aangeboden. Daardoor kan de installatie minder warmte opnemen uit de koelruimte of het product. Ook de compressor krijgt het zwaarder, omdat bij veel compressoren het aangezogen koudemiddel zorgt voor de koeling van de motor.

Hoe ontstaat een koudemiddeltekort?

Koudemiddel wordt tijdens het koelproces niet verbruikt. Het circuleert voortdurend rond in een gesloten systeem. Een tekort heeft daarom bijna altijd een van de volgende oorzaken:

 

Lekkage
Dit is verreweg de meest voorkomende oorzaak. Lekken ontstaan vaak bij koppelingen, flenzen, soldeerverbindingen, afsluiters en op plekken waar leidingen trillen of langs elkaar schuren.

 

Onvoldoende vulling bij oplevering of na onderhoud
Wanneer de installatie na een reparatie of bij de inbedrijfstelling niet met de juiste hoeveelheid koudemiddel is gevuld, ontstaat er vanaf het begin een tekort.

 

Koudemiddelverlies tijdens werkzaamheden
Bij het openen van het circuit of het aansluiten van meetapparatuur kan een kleine hoeveelheid koudemiddel verloren gaan.

Symptomen die u als gebruiker merkt

Veel signalen van een koudemiddeltekort zijn zonder meetapparatuur al waarneembaar. Let vooral op de volgende punten:

 

De ingestelde temperatuur wordt niet meer gehaald
De koel- of vriesruimte blijft warmer dan ingesteld, vooral op warme dagen of wanneer er veel product wordt ingeslagen.

 

De installatie draait langer of continu
De compressor maakt langere looptijden om toch de gewenste temperatuur te bereiken. Dit ziet u terug in een hoger energieverbruik.

 

Ongelijkmatige ijsvorming op de verdamper
Bij een tekort verdampt het koudemiddel al in het eerste deel van de verdamper. U ziet dan ijs of rijp op het begin van de verdamper of bij het expansieventiel, terwijl de rest van de verdamper vrij blijft.

 

Sissend of borrelend geluid
Een sissend geluid bij het expansieventiel of in de leidingen kan erop wijzen dat er damp in plaats van vloeistof door het ventiel stroomt. Een sissend geluid op een andere plek kan ook duiden op een lek.

 

Oliesporen rond leidingen of koppelingen
Koudemiddel en compressorolie stromen samen door het circuit. Bij een lek komt vaak ook een beetje olie mee naar buiten. Olievlekken of een vettige aanslag op leidingen en verbindingen zijn daarom een belangrijke aanwijzing voor een lek.

 

Storingsmeldingen of uitval
De installatie valt uit op de lagedrukbeveiliging of de compressor schakelt af door een te hoge temperatuur. Soms slaat de installatie vaak kort aan en af.

Symptomen die de monteur meet

Een monteur stelt een koudemiddeltekort niet vast op gevoel, maar op basis van metingen. Bij een installatie met directe expansie zijn dit de meest voorkomende meetwaarden die wijzen op een tekort:

 

Lage zuigdruk en lage verdampingstemperatuur
Er komt te weinig koudemiddel in de verdamper, waardoor de druk aan de lagedrukzijde daalt.

 

Hoge oververhitting
Het weinige koudemiddel dat de verdamper binnenkomt, is al vroeg volledig verdampt. De damp warmt daarna verder op, waardoor de oververhitting aan het einde van de verdamper hoger uitvalt dan normaal.

 

Lage onderkoeling
Voor het expansieventiel is minder of geen onderkoeling meer aanwezig. Het koudemiddel is daar dan niet meer volledig vloeibaar.

 

Dampbellen in het kijkglas
Het kijkglas in de vloeistofleiding laat zien of er alleen vloeistof langsstroomt. Bellen of schuim kunnen wijzen op een koudemiddeltekort.

 

Lagere condensatiedruk dan verwacht
Omdat er minder koudemiddel rondgaat en de compressor minder damp verplaatst, ligt de druk aan de hogedrukzijde vaak lager dan bij normale bedrijfsomstandigheden.

 

Hoge perstemperatuur
Door de hoge oververhitting komt de damp warmer de compressor in en ook warmer weer uit. Een hoge perstemperatuur belast de olie en de compressor.

 

Een enkele meetwaarde zegt weinig. Pas wanneer meerdere waarden samen in dezelfde richting wijzen, is een koudemiddeltekort aannemelijk. Een goede diagnose vraagt daarom altijd om een meting van drukken en temperaturen tegelijk, bij voorkeur met een digitale manifold. Welke waarden normaal zijn, verschilt per installatie, per koudemiddel en per bedrijfssituatie.

Symptomen die op andere storingen lijken

Een aantal van de bovenstaande signalen komt ook voor bij andere storingen. Het is daarom belangrijk om niet te snel te concluderen dat er koudemiddel ontbreekt.

 

Verstopte filterdroger
Ook een verstopte filterdroger zorgt voor bellen in het kijkglas, een lage zuigdruk en een hoge oververhitting. Het verschil is dat er een duidelijk temperatuurverschil over de filterdroger te meten is en dat de onderkoeling voor de filterdroger normaal is.

 

Defect of verkeerd ingesteld expansieventiel
Een ventiel dat te weinig koudemiddel doorlaat, geeft een vergelijkbaar beeld als een tekort. Bij een ventiel dat niet goed werkt is de onderkoeling voor het ventiel echter vaak normaal of zelfs hoog.

 

Bevroren of vervuilde verdamper
Een verdamper die dichtzit met ijs of vuil geeft ook een lage zuigdruk. De oververhitting is hierbij juist vaak laag in plaats van hoog.

 

Bellen door drukval of flashgas
Bellen in het kijkglas kunnen ook ontstaan door een te grote drukval in de vloeistofleiding, bijvoorbeeld bij lange leidingen of een hoogteverschil. Dat hoeft dan niet op een tekort te wijzen.

 

Bij installaties met een vloeistofvat is de onderkoeling bovendien niet altijd een betrouwbare maatstaf voor de vulling. Ook bij installaties met natuurlijke koudemiddelen zoals CO₂ of ammoniak kunnen de symptomen afwijken van wat hierboven staat. Een ervaren monteur beoordeelt het totaalbeeld van de installatie.

Gevolgen van een koudemiddeltekort

Een koudemiddeltekort is geen storing die vanzelf overgaat. Hoe langer de installatie met een tekort draait, hoe groter de gevolgen worden:

 

Hoger energieverbruik
De installatie draait langer voor dezelfde koeling en werkt bij een ongunstige verdampingstemperatuur.

 

Productverlies
Wanneer de temperatuur niet meer gehaald wordt, loopt de kwaliteit en houdbaarheid van uw producten gevaar.

 

Schade aan de compressor
Te weinig koudemiddel betekent minder koeling van de compressormotor en een slechtere olieretour. Dit kan uiteindelijk leiden tot een compressorverbranding.

 

Milieuschade
Een tekort ontstaat meestal door een lek. Het ontsnapte koudemiddel komt in de atmosfeer terecht. Bij synthetische koudemiddelen met een hoge GWP-waarde draagt dit direct bij aan het broeikaseffect.

 

Veiligheidsrisico
Bij sommige koudemiddelen kan een lek in een afgesloten ruimte gevaarlijk zijn voor mensen, bijvoorbeeld door verdringing van zuurstof, giftigheid of brandbaarheid.

Waarom bijvullen alleen niet genoeg is

Het is verleidelijk om bij een tekort simpelweg koudemiddel bij te vullen. De installatie koelt dan weer, maar het probleem is niet opgelost. Omdat een tekort bijna altijd door een lek ontstaat, ontsnapt het nieuwe koudemiddel na verloop van tijd opnieuw. U betaalt dan steeds opnieuw voor koudemiddel en de installatie blijft risico lopen.

De juiste aanpak is daarom:

  1. Het lek opsporen met een geschikte lekdetectiemethode.
  2. Het lek vakkundig repareren.
  3. De installatie waar nodig vacumeren en opnieuw vullen met de juiste hoeveelheid koudemiddel.
  4. Na de reparatie opnieuw controleren of de installatie dicht is.
  5. Alle werkzaamheden en de bijgevulde hoeveelheid vastleggen in het logboek.

Wat zegt de wet?

Voor installaties met F-gassen gelden wettelijke regels rond lekkage. Een gevonden lek moet zonder onnodige vertraging worden gerepareerd. Na de reparatie volgt binnen een maand een controle om vast te stellen dat de installatie weer dicht is. Bijvullingen, reparaties en controles worden vastgelegd in het koudemiddellogboek. Werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit mogen alleen worden uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven en monteurs. In ons artikel over lekdetectie leest u meer over de verplichte controlefrequenties.

Koelweb helpt u verder

Merkt u dat uw koelinstallatie minder goed koelt, langer draait of ongelijkmatig bevriest? Dan kan een koudemiddeltekort de oorzaak zijn. Wacht niet tot de installatie uitvalt of de compressor beschadigd raakt. De monteurs van Koelweb Koeltechniek meten uw installatie door, stellen de werkelijke oorzaak vast en sporen eventuele lekken op. Zo lossen we het probleem bij de bron op en blijft uw installatie betrouwbaar en energiezuinig draaien. Neem gerust vrijblijvend contact met ons op.

Meer kennisbank artikelen

industriële infographic over lekdetectie in de koeltechnische branche

Lekdetectie: methodes en wetgeving

Methodes en wetgeving rondom lekdetectie

Onderkoeling en oververhitting in een koelinstallatie

In dit kennisbank artikel leggen we uit wat oververhitting/onderkoeling is en wat hier de voor- en nadelen van zijn.

Compressorverbranding in een koelinstallatie

Een compressorverbranding is een van de ernstigste storingen aan een koelinstallatie. Lees wat het is, hoe het ontstaat, hoe u het herkent en wat het herstelproces inhoudt.